Zoeken

 

Leren vergeven

Mijn hoofd weet het wel, dat ik vergeven moet, maar m'n hart komt niet mee'. Janneke keek me wanhopig aan toen ze dit vertelde. We zaten in mijn spreekkamer. Janneke was wat houterig binnen gekomen. Ze had me over de telefoon verteld dat ze rugklachten had. Ze werd kribbig van de pijn. Dus haar gezin leed eronder en ook haar huwelijk.

Janneke was naar de huisarts gegaan. Die vond ook dat haar rugspieren wel erg gespannen stonden en vroeg of ze soms ergens mee zat. Janneke kon niets bedenken. Alles leek goed te gaan in haar gezin, ze had fijne buren. Die buren hadden haar van Jezus verteld, en ze was tot een levend geloof in God gekomen. Maar de laatste tijd ging het mis met haar rug.

Toen Janneke in de stoel van m'n spreekkamer zat en haar verhaal vertelde, merkte ik dat ze nogal afstandelijk over zichzelf sprak. Wat ging er bij haar van binnen om? Ondanks haar geloof leek er toch een diepe innerlijke leegte te zijn. Het was of een kamertje gevuld was met kille eenzaamheid.

Ik vroeg of ze van binnen eenzaam was, en ze knikte heftig, en de tranen schoten in haar ogen. Ik moest denken aan Openbaringen 3:20 'Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop'. 'Laten we die leegte aan de Heer overgeven', stelde ik voor, en dat wilde ze graag. Na enkele zinnen zei ze: 'Mijn hoofd weet het wel, maar m'n hart komt niet mee..., ik kan het niet'.

Ik vertelde Janneke dat God ons een mogelijkheid gegeven heeft om te kiezen. Maar ze keek me wanhopig aan. Ze was oprecht, maar wist niet hoe ze zoiets moest doen. Toen legde ik de bijbeltekst uit, dat Jezus aan de deur staat en klopt en wacht om binnengelaten te worden. Maar, voegde ik er aan toe, de deurknop zit aan jouw kant...!

Het leek of ik het donkere kamertje in het hart van Janneke kon zien. De deurknop zat er, maar je kon hem door de duisternis niet zien. Toen realiseerde ik me dat dit een gevangenis was en meteen kwam Mattheus 18: 34 en 35 in mijn gedachten. Jezus vertelt daar dat als we niet van ganser harte vergeven we in de gevangenis terechtkomen, dat we overgeleverd zijn aan folteraars.

We stopten met bidden en ik begon over vergeving te spreken. En toen kwam het er uit. Janneke had een diepe wrok tegen haar moeder, die toen ze veertien jaar oud was, het gezin in de steek had gelaten. Janneke had wel eens vergeving gevraagd voor haar verkeerde houding tegenover haar moeder. Maar dat was te oppervlakkig geweest. Ze moest vergeving tot een levenshouding maken en zich overgeven aan het proces van genezing dat daarop volgt.

We gingen weer bidden. Janneke bad: 'Heer, leer me vergeven'. Toen ze dat zei tegen God, was het alsof een tastbare stilte mijn spreekkamer binnenkwam. Janneke zat heel anders in haar stoel, ontspannen. Er gebeurde iets in haar lichaam. Opgekropte emoties kwamen eerst heel zachtjes los, toen feller. En toen ze opstond was de pijn in haar rug weg.

Later ontmoetten we elkaar weer en ik vroeg hoe het ging. Janneke zei dat de diepe vrede die, toen ze haar moeder vergeven had in haar lichaam stroomde, ook vrede en rust had gebracht in haar gezin. Ze had contact gezocht met haar moeder en ontdekt dat haar afwijzing ook haar moeder had gekwetst. Haar moeder had niet erg positief gereageerd op haar poging tot verzoening.

Het is niet realistisch om te zeggen: 'Kom tot Jezus, dan raak je uit de problemen'. Ik merk steeds weer hoe mensen die geleerd hebben om 'met het verleden te leven', juist in de problemen komen als ze Jezus ontmoeten. 'Heer, leer me vergeven' is dan ook één van de sleutels om tot vrijheid te komen. Maar het is mogelijk om los te komen van de last van het verleden. Ook daarvoor is op Golgotha de prijs betaald.

Téo van der Weele