Een oog voor eenzame kinderen
Albert, één van mijn vroegere collega's in Azië, had een opvallende eigenschap die me steeds is bijgebleven. Hij had oog en tijd voor kinderen die hij ontmoette. Op een avond zaten we samen onder de tropische sterrenhemel. Er waren dit keer geen muskieten, en het was een atmosfeer om uren te praten. Ik vertelde Albert dat ik erg onder de indruk was van zijn omgang met kinderen. Ik realiseerde me hoe vaak ik een kind letterlijk over het hoofd zag. Albert vertelde me toen zijn verhaal, en hoe hij met andere ogen had leren kijken.
Ondanks dat Albert een fijne jeugd had gehad, in een goed gezin, had hij toch vaak een eenzaam gevoel gehad. Hij vertelde me enige details: lang wakker liggen 's avonds, angst, onuitgesproken vragen. Eén vraag kwam telkens weer terug: Wat gebeurt er met me als mijn ouders plotseling sterven, waar ga ik dan naar toe? Maar niemand had door wat er in dat jongetje allemaal omging.
Leven in een glazen stolp
Albert vertelde: 'Het was net alsof ik leefde binnen een glazen stolp, zo een die jullie in Nederland over de kaas zetten. Ik praatte wel en maakte gebaren, anderen deden hun best me te begrijpen, maar ik kon toch niet echt mezelf laten horen. Een onzichtbaar gordijn hield me tegen. Dat heeft jaren zo geduurd. Op m'n tiener leeftijd kwam ik op een breekpunt. Het was Goede Vrijdag en een artist kwam in de kerk, die woordelijk het lijdensverhaal uit de Bijbel heeft voorgedragen. Toen hij bij de woorden kwam: 'Eli, Eli, Lama Sabachtani' (mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten) herkende ik in die ene schreeuw al mijn eenzaamheid.
Mijn wanhopige poging om ook een christen te zijn, om een relatie met God te hebben, het had allemaal niet geholpen. Maar op die Goede Vrijdag leek het of de ogen van Jezus me aankeken en me zeiden: 'Stop maar met vechten, Ik ben voor jou eenzaam geweest, zodat jij nooit meer zo eenzaam behoeft te zijn'.
Dat veranderde alles in mijn leven. Ik ben ermee gestopt te vechten tegen eenzaamheid. De leegte in me kan niemand anders vullen dan Jezus. Daarom is het kruis zo bijzonder voor me geworden. Op die Goede Vrijdag kwam een eenzame Jezus mijn leven binnen.
Ik kijk naar hun ogen
Daarom als ik kinderen zie, kijk ik vaak naar hun ogen. Ik weet hoeveel van hen net zo eenzaam rondlopen als ik toen. Als je even met ze praat, ze eens even goed aankijkt, een beetje vrolijkheid brengt is dat zo een opluchting voor hen. Ik bid dat de liefde van Jezus door mijn ogen heen het kind aankijkt. Ik zegen ze en hoop dat iemand nog eens een kans krijgt om hen het Evangelie grondig uit te leggen. Dat ene moment dat ze mij ontmoetten zullen ze zich vast niet meer herinneren, maar misschien blijft er iets hangen'.
Albert's ogen spraken boekdelen toen hij me dit vertelde, het hielp me om zelf meer oplettend te zijn. Ik ben voor kinderen gaan bidden en ging meer bewust om me heen kijken en niet zo geconcentreerd te zijn op wat ik met volwassenen doe dat ik die kleintjes over het hoofd zie. Ik ben daarna een van de beste boeken over de kinderopvoeding tegengekomen die ik ooit gelezen heb. Het is 'De kunst van ouderliefde' door Ross Campbell (uitgave Gideon). Hij maakt duidelijk hoe belangrijk ogen zijn in de communicatie met het kind. Een kind staat open voor 'emotionele voeding' als het verdrietig is, of trots ('kijk mama wat ik gemaakt heb op school') of als het lacht om een grap. Dan kun je ze even recht in de ogen aankijken, maar gelijk ook weer dit oogcontact verbreken voor zij hun ogen wegdraaien. Als je ze dan ook nog aanraakt voor een net zo kort moment van 'huid op huid' contact geef je ze emotioneel te eten.
Sprekende ogen
Als pastorale werkers moeten we extra aandacht geven aan de manier waarop we communiceren zonder woorden. We kunnen de 'gevoelens van Christus' overnemen door de Heilige Geest en die door ons heen laten vloeien, ook al voel je je zelf misschien niet zo goed. Albert leerde me hoe de ogen van Jezus zijn eenzaamheid overwonnen. En nu op zijn beurt geeft hij geconcentreerde aandacht aan kinderen met sprekende ogen.
Er zijn wel eens situaties waarin ik bid voor de ogen van mensen. Er spreekt vaak verdriet, woede en teleurstelling uit de manier waarop mensen kijken. Op een van mijn reizen vroeg een meisje met een misvormd gezicht om een gesprek. Ik schrok even toen ik haar aankeek. Ze had al twee keer plastische chirurgie gehad, maar die waren mislukt. En daar moet je dan als achttienjarige mee leren leven...
Hoewel ik me snel herstelde, merkte ze mijn schrikken. We hebben er toen eerlijk over gepraat. Ik wilde wel direct bidden voor een wonder van een nieuw gezicht, maar ik dacht aan Albert en vertelde haar dit verhaal. We hebben samen gebeden voor sprekende ogen. Met nieuwe vrolijkheid, een rechte rug en stralende ogen, wandelde ze weg. Tijdens ons bidden werd ze zich bewust van de genade van God en de glimlach van God op ons leven. Ook voor haar kreeg het kruis van Jezus een nieuwe betekenis. Met Goede Vrijdag kijken we naar het kruis om daarna met de liefde van Jezus in onze ogen, naar kinderen om ons heen te kijken.
Téo van der Weele
