Pastorale zelfbescherming
MET EEN zucht pakte Simon de telefoon. De kinderen aan tafel keken elkaar veelbetekenend aan. Pa was nog maar net thuis van zijn werk en kon niet eens even rustig eten. Ze dachten: weten die mensen dan niet dat iedereen in Nederland om zes uur aan tafel zit? Simon had wel verwacht dat oudste in een gemeente zijn problemen met zich mee zou brengen, maar het waren er meer dan waarop hij gerekend had. Zijn telefoon werd steeds meer een open deur, voor iedereen die even binnen wilde wippen. Daarnaast kwamen ook nog tientallen mensen in het echt 'even langs'. Je wilt vriendelijk zijn, je wilt herder zijn, maar dit werd allemaal niet leuk meer.
Een paar maanden later zat Simon uitgeblust voor me in mijn kantoor. Als nieuwe oudste moest hij leren anders om te gaan met zijn tijd. Hij moest ook leren zichzelf te beschermen, zodat hij zich op andere momenten ongedwongen kon geven. Wat we die ochtend bespraken lijkt me de moeite waard om nog eens te herhalen.
Hoe houd je dit vol?
1) Om goed pastoraat te kunnen doen, moet je kunnen loslaten. Philippenzen 4:4-8 vertelt ons hoe we onze zorgen kwijt kunnen raken en vrede van God kunnen ontvangen. Het loslaten van probleem-situaties en het bedenken van goede, positieve, opbouwende antwoorden maakt ons sterk. Paulus is nuchter en zegt er ook nog bij: 'Blijf wel vriendelijk'. Drukte of zorgen hebben de neiging om ons wat korzelig te maken. We zien de zaken door een donkere bril. Dan zien we de mensen ook vaak als een probleem in plaats van als mens. Respect voor de ander is een van de krachtigste medicijnen van een pastorale werker.
2) Leer je tijd te beheersen. Laat het niet steeds van anderen afhangen wat er gebeurt en wanneer. Maak duidelijke afspraken. Als je zegt: 'Ik kom morgenavond langs', rekenen heel wat mensen op een gezellige ontmoeting, want je praat over persoonlijke zaken.
Er wordt dan uitgebreid koffie gezet, vriendelijk gepraat om na een lange inleiding bij de reden van de ontmoeting te komen. Dat kost de oudste dan een hele avond. Kan dat? Of is het nodig te zeggen: 'Ik kan morgenavond om ongeveer acht uur langskomen, en heb dan zeker een uur om hierover te praten.'
Een fout die ik vaak gemaakt heb is door telkens met m'n tijdsindeling te schuiven om het anderen naar de zin te maken, met het gevolg dat mijn agenda een puinhoop werd. Geef duidelijke, haalbare mogelijkheden aan en verander niet te veel in je planning.
3) Vergeet nooit dat de kracht van God komt en dat Hij het werk moet doen. Vertil je niet aan mensen. Je werkt niet alleen, maar de Heer is in mensenlevens aan het werk. In Mattheus 18:19 en 20 lezen we over de voorwaarden om voor de Heer te kunnen werken. Mijn ervaring is dat mensen diep veranderen vanuit een openbaring van de kracht van God, liefst tijdens een gezamenlijke dienst. Daarna kunnen nog gesprekken nodig zijn, maar dan gaat het zoveel vlugger, want Gods licht ging schijnen over de zaak.
Bidden over de telefoon
In dringende situaties kun je ook bidden over de telefoon, in plaats van er naartoe te racen.
4) Geef de hulpvragers een stuk huiswerk mee. Gebeden na de dienst kunnen hun uitwerking missen omdat er geen vervolg is. Daarom is het ideaal als de huiskring-leider bij het gebed betrokken wordt; hij zal de nazorg moeten voortzetten. (Zie ook 'Helpen met de Bijbel' van Walter Barret en Jef de Vriese, Gideon). Door vage problemen en gevoelens te koppelen aan bewuste aktie krijg je een handvat voor een verder gesprek met een duidelijk doel.
5) Bespreek met je gezin de invloed van je pastorale taak op hun leven. Je kunt wel je rechten (bijv. een vrije avond) opofferen voor een ander, maar niet je plichten (bijv. de noodzaak om ook ontspannen als vader in je gezin te zijn). Je kunt je familieleden niet dwingen tot het offer. Je kunt ze wel meenemen in het avontuur en hen laten delen in de uitdaging.
6) Laat het gewicht van al die pastorale situaties geen zwarte piet van je maken. Eens was ik in gesprek met een van mijn dochters. Pa vond het nodig om advies te geven. Ze keek me enigszins geïrriteerd en verbaasd aan en zei: "Pa, ik zit niet op 'De Palz' (een opvangcentrum van In de Ruimte, waar ik toen werkte), ik ben je dochter."
7) Laat merken dat je het waardeert dat ze zich aanpassen door wat extra's te doen. Doe leuke dingen waar ze een lange tijd op terug kunnen kijken. Zulke dingen kosten tijd, geld en inzet. Maar als we geloven voor wonderen bij anderen, kan de Heer ze ook voor ons gezin doen.
8) Benedictus, de oprichter van de Orde der Benedictijnen, gaf omstreeks het jaar 600 een belangrijke instructie aan de portier van het klooster: Wie er ook aan de deur komt, laat je eerste uitroep een van dankbaarheid en lofprijzing zijn en bezie iedereen vanuit de liefde en goedheid van God.
Téo van der Weele
