Profeteren
SINDS IK ben gaan begrijpen wat profetie kan zijn, helpt het me in een gesprek over God. Maar ik weet niet of ik er nog wel zo blij mee ben'. Ik sprak in een jeugdweekend voor tieners. Tijdens de lunch onder het geroezemoes en gekletter van de soeplepels, kwam Henk, net achttien jaar oud, met zijn brandende vraag. 'Wat doe ik met al die inzichten, ik denk dat ik nu veel te gevoelig ben geworden. Je komt iemand tegen en je kletst wat. Dan ineens, merk ik diepere dingen waar die knul mee bezig is. Je kunt toch zeker wel gewoon eens met iemand praten? Maar God geeft toch niet voor niets inzicht?'
Henk is een tweede generatie pinkster-christen en gewend aan profetie of 'beeld'. Tijdens de zondagse lunch staken de kinderen er wel eens de gek mee met wat er gebeurd was in de dienst. De manier ook waarop sommige mensen tijdens profeteren van toon 'veranderden! Pa was dan ineens ongewoon streng: 'Jongens, ik ken die mensen, ik weet hoe moeilijk ze het soms vinden om deze dingen te zeggen. Ze zijn soms gewoon zenuwachtig. Zijn vader was, als oudste, pastoraal erg actief. Daardoor wist Henk hoe profetisch inzicht ook in gesprekken een rol speelt.
Henk had bewust gebeden voor de gave van profetie. Daarna kwamen teksten die hij trouw had geleerd tijdens aanbidding of een gesprek naar boven. Bijbelse verhalen en begrippen werden dan ineens veel duidelijker.
Dat stuurde zijn gedachten in een gesprek. Je kunt ook inzicht krijgen in de goede dingen van een ander. Dat is ook in evangelisatie van belang. We zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Dat geeft op zijn minst een ervaring van respect, wat de ander best aanvoelt en waardoor hij openstaat voor wie wij zijn en wat we willen zeggen.
Leren profeteren
Henks probleem komt veel voor als je begint te leren hoe profetie werkt. Petrus zegt: 'Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God' (1 Petr.3:10). Paulus moedigt ons aan om te groeien in wijsheid en geestelijk inzicht en fijngevoeligheid (Filip.1:9-11; Col.1:9-14). Dat hebben we ook hard nodig, want echt de ander te begrijpen is heel moeilijk. Niemand weet precies wat er in een ander omgaat, dan die persoon zelf en God (1 Cor.2:11; 13:13). Door de heilige Geest kunnen we wel inspiratie ontvangen (Hand.5:3; 20:22,23; 1 Cor.14:25). God inspireert wel zuiver maar ons ontvangapparaat is van mindere kwaliteit dan zijn zender. 'Onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren' (1 Cor.13:9). Herman ter Welle gaf eens een onvergetelijk commentaar op deze tekst: 'We profeteren allemaal ten dele, maar sommigen van ons profeteren meer ten dele dan anderen...'. Oppervlakkig gebruik van openbaringsgaven, of holle woorden, kan ook een tegenzin scheppen, juist onder onze jeugd (1 Cor.14-40; 1 Tim.2:16).
Leren omgaan met het heilige van God
In het Oude Testament geeft God duidelijke voorschriften voor het omgaan met het Heilige van God en 'De Heilige' zelf. Slordigheid werd al gauw met de dood bekocht. Ik kan me zo voorstellen dat een hogepriester, die eens per jaar in het Heilige der Heiligen ging, een bezorgde vrouw en kinderen achter liet. Is pa wel rein? Heeft hij alles wel gedaan zoals het moet? Zien we hem nog wel terug? Onderweg naar zijn werk zie ik hem in gedachten alles nog eens nalopen. Ben ik niets vergeten? Gelukkig kan hij nog offeren voor zijn eigen zonden en falen. Er is genade bij God. Dan stapt hij voorzichtig het Heilige der Heiligen binnen met nog meer schroom dan de technici van de kerncentrale in Borssele. God is ook een verterend vuur. Bekleed met de beloften van God en de verzekering van verzoening, durfde de hogepriester toch God te benaderen. Nu we Jezus als Hogepriester hebben, mogen we allemaal vrijmoedig tot God gaan (Hebr.4:14-16).
Paulus moedigt ons aan om te profeteren (1 Cor.14. 1-3). Je hoeft echter niet altijd alles te zeggen. Soms mag je niet eens iets zeggen (Ezech.14:1-11). Als je begint met een openbaringsgave, is het goed om dit niet gelijk uit te spreken maar eerst te gebruiken voor doelgericht bidden. Wacht op een extra duwtje van God voor je het ook uitspreekt. Verder kun je die geestelijke fijngevoeligheid gebruiken om iemand positief te bemoedigen. Wacht met vermanend profeteren tot je meer ervaring en een erkende positie in de gemeente hebt.
Als de hele gemeente zo gevoelig is, kun je allemaal voor hetze1fde bidden, zonder dat door iedereen gevoelige zaken besproken behoeven te worden. Dan kan degene die door God geleid wordt om iets te zeggen, ook met veel grotere kracht iets vertellen, wat anderen ook in de Geest ervaren.
Samuel, Jesaja, Jeremia, Zacharia, Marcus, Timotheus, Luther, Calvijn, waren allemaal behoorlijk jong, toen ze de stem van God gingen verstaan. Ook nu zijn er jonge profeten nodig. Ik hoop dat onze tweede generatie pinkster-christenen, door goede voorheelden, al vroeg zal hunkeren om ook de stem van God te leren verstaan.
Téo van der Weele
