Ben ik schuldig?


Als confidenten hun verhaal van seksueel misbruik vertellen zitten ze vaak nog met de brandende vraag 'ben ik schuldig?'. We weten dat kinderen die seksueel misbruikt zijn zich bijna altijd schuldig voelen. Dan is er ten minste nog een reden waarom dit erge in hun leven plaats vond.
Dit keer vertel ik van twee jonge vrouwen die 18 tot 23 jaar waren, toen er seksueel misbruik plaats vond. Eén was misbruikt door een christen hulpverlener. Haar pijn was echter dat ze op een gegeven ogenblik toen hij al te ver was gegaan, hem bewust opzocht en dan gebeurde het dus weer. De hulpverlener zei ook steeds: 'als je dit niet wilt moet je het zeggen'. De ander was willoos als iemand meer wilde dan zij zelf. Ze verlamde dan. Ze vertelde dat ze dan ging 'winkelen' in haar gedachte tot 'het' voorbij was.

Ook deze twee voelden zich schuldig toen ze dit aan me vertelden. Zoals altijd zei ik 'dit is het verkeerde moment om over de schuldvraag te beginnen. Al ben je voor 1%, 10% of 50% schuldig, dat is niet het punt. Jezus stierf voor je zonden. Hij heeft voor je betaald. Zorg eerst dat je genezing ontvangt. Dan kun je beter met God overleggen wat jouw verantwoording was en wat jij daar nog mee moet doen'.
Ze zijn nu zover om er met God over te praten. Dit is een heel pijnlijk moment in hun genezingsproces: het accepteren van persoonlijke verantwoordelijkheid. We kunnen daar als hulpverleners niet omheen. Ik hoef niets te zeggen, ze beginnen er zelf over.

Eén van deze twee dames worstelt ook met haar woede. Ze is zo volgzaam geweest, zo inlevend in de noden van anderen. Ze komt nu bij haar eigen verstilde woede. Er zijn dagen dat ze behoorlijk depressief is. Dan zet ze maar weer een CD met goede muziek op en dat helpt haar.
De tweede dame is reageert heel anders. Die is minder geïnteresseerd in het welzijn van collega's en meer op haar eigen ontplooiïng gericht. Zij heeft zo nu en dan ook een woede-uitbarsting. Dan krijg ik meestal een brief met klachten over haarzelf. Kortgeleden vertelde ze me met trillende stem hoe ze zichzelf en haar lichaam eigenlijk haatte. Dat ze zichzelf ook pijn doet. Ik had er wel naar gevraagd en dat had ze steeds ontkend. Nu, na ruim een jaar, kwam het hoge woord er uit: 'ik heb ook tegen je gelogen. Je zult me nu wel wegsturen'. Ik vertelde haar dat ze kennelijk loog om zichzelf te beschermen, dat ze me blijkbaar nog niet zo kon vertrouwen dat ik haar niet zou wegsturen. Voor haar gevoel liep ze het risico om door mij afgewezen te worden. Ik bedankte haar voor haar vertrouwen en voor het nemen van dat risico. 'Hoe kun je toch zeggen dat je me respecteert. Ik verdien dat helemaal niet'.

De confidenten begrijpen dat vaak niet zo goed. Maar respect is een ander woord voor 'houden van'. Zeker als wij ook weten dat God ons liefde geeft. Dat iemand je graag mag, is niet iets om te begrijpen. Het gaat er om dat je het ook bijna letterlijk door laat trillen in je lichaam, zodat 'het vuil los trilt' en Jezus Zijn plaats krijgt.

Téo van der Weele