Een huiselijk conflict
'MAAR ik heb gekookt..' De verontwaardigde ogen van mijn dochter tonen het begin van tranen. Ik voel me ineens een kleine jongen en wil met mijn voet op de grond stampen om mijn argument kracht bij te zetten. In een flits zie ik drie keuzes voor me hoe ik zou kunnen reageren. Laat ik eerst uitleggen wat er aan de hand is. Wil was een week weg om les te geven in een school van Jeugd met een Opdracht. Samen met een dochter van 15 was ik thuis. We hadden afgesproken dat ik een rustig programma zou hebben gedurende Wil's afwezigheid. Op een dag ging echter alles fout. Mijn dochter had gekookt. Ik kwam maar net op tijd thuis voor het eten en moest onmiddellijk daarna weer weg. We hebben in ons gezin de regel dat degene die kookt niet hoeft op te ruimen en af te wassen. Toen ik haar dus vroeg of ze wilde afwassen, kwam het logische antwoord: 'maar ik heb gekookt.'
Platwalsen?
Als op een foto zag ik wat er voor me lag. De eerste mogelijkheid was om met verbaal geweld (en vroomheid) haar duidelijk te maken waar ik mee bezig was. Waarschijnlijk zou ze dan, 'platgewalst' (en bitter), de afwas wel gedaan hebben. Ik kon eenvoudig het conflict beëindigen met een toegevende neerbuigende houding: 'Laat maar, ik doe het wel hoor. Dat kan er ook nog wel bij.' Dat kinderachtige manipuleren zou alleen meer schuldgevoelens oproepen. Ik had gezien dat er een spannend boek open op tafel lag. Wat zou er van een plezierige avond met een mooi boek overblijven als ik zo reageerde. Om maar niet te spreken over mijn stemming in de vergadering die avond! Bovendien had ik Wil nog zo beloofd extra veel thuis te zijn.
De derde keus werd aantrekkelijker: wees gewoon eerlijk, kleine jongen. Doe niet zo groot. Dus deze kleine jongen toonde twee hulpeloos vragende handen en zei: 'Zullen we het samen doen?' Ons beider hulpeloze woede maakte plaats voor opluchting.
Twee kinderen deden daarna de afwas. Een ontspannen stilte vulde de keuken.
Onvolwassenheid is geen zonde
Ik herinnerde me deze gebeurtenis toen ik kortgeleden opnieuw las hoe de discipelen kinderen niet serieus namen (Matth.18:1-6; 19:13,14). Jezus gebruikte deze voorvallen om een fundamenteel principe van het Koninkrijk uit te leggen: ootmoedig met onze onvolgroeidheid bij Jezus komen om gezegend te worden. Dat is de directe weg naar de manifestatie van het Koninkrijk van God. De enige manier om groot te worden in het Koninkrijk van God is om klein te beginnen! Paulus borduurt verder op dat thema door het plan van God te laten zien. God wil dat we opgroeien tot volwassenheid (Efeze 4:11-15). Mijn conclusie is dan dat onvolwassenheid geen zonde is. Geen aandacht geven aan groei wel (Hebr.5:12).
Volwassenheid of onvolwassenheid speelt zich in verschillende delen van ons leven af. Je kunt volwassen zijn in het omgaan met geld en kleding en erg onvolwassen zijn in relaties. Jaloersheid en egoïsme kunnen hoogtij vieren naast volwassen karaktertrekken. Menig huwelijksconflict kan gezien worden als twee kinderen die in de box zitten en elkaar de haren uittrekken!
Theologische vragen als rookgordijnen
Jezus kijkt dwars door de vraag van de discipelen heen: 'Wie is de grootste in het Koninkrijk der hemelen?' en gebruikt een kind als voorbeeld. De liefde waarmee Hij dit kind benadert is indrukwekkend. Denk eens aan de hete theologische discussies van de laatste jaren over genezing, geestelijke gaven, gemeentevorming, bevrijding van machten, geestelijke oorlogvoering, aanbidding, emotionele genezing en herstel van relaties.
Jezus laat ons zien dat we het nog steeds van een methode verwachten, terwijl Hij het kind in ons kan zegenen. Is er soms een blinde vlek bij ons?
Hebben we geen oog voor het kind in ons? Of willen we het niet zien. Gaan we liever met onze volgroeide kwaliteiten 'krachtig oorlog voeren in de geestelijke strijd' of 'in aanbidding voor God staan als in een soort geestelijke modeshow.'
De enige manier om groot te worden in het koninkrijk van God, is door klein te beginnen.
Is het soms zo, dat als je geen oog hebt voor eigen onvolwassenheid kinderen dus ook over het hoofd worden gezien? Is dit een antwoord op de vraag van zoveel kinderwerkers die om betere aandacht blijven vragen voor hun programma? Is volwassen leiderschap de oorzaak van kinderachtig kinderwerk?
Jezus zegt: laat de kinderen tot Mij komen en verhinder ze niet. Soms durft dat kind niet. Ik hoop dat er dan een goede vriend is, die wel bereid is om te helpen dit kind tot Jezus te brengen.
Téo van der Weele
