Eleanor
Het verhaal van Eleanor had een goede afloop, maar niet voordat haar ouders een stuk grijzer waren geworden van de zorgen om hun dochter. Eleanor groeide als tweede-generatie-christen op in de kerk. Haar vader werd, toen ze een tiener was, een hardwerkende voorganger van een kleine, maar levende gemeente. Zelf las ze al vroeg haar Bijbel, ging naar kinderkampen en leek probleemloos. Na de middelbare school ging ze op kamers wonen. Haar studietijd verliep aanvankelijk vrij vlot. In de studentenbeweging was ze ook al gauw pastoraal actief. Daarom schreef ze zich in voor een conferentie over het praktisch functioneren van de gaven van de Heilige Geest.
'Wat ben je toch krampachtig'
Toen ze zelf voor gebed naar voren ging, bad een oudere dame met haar. Die vroeg: 'Zie ik het goed, dat je nogal krampachtig bent? Probeer je niet te geforceerd om een goed christen te zijn? Je bent nog zo jong, meid. Geniet je wel van het leven...?'
Voordat ze het wist, barstte Eleanor in huilen uit. Ze begreep zelf niet waar al die tranen vandaan kwamen. De conferentie liep heel anders dan ze verwacht had. Emoties bleven naar boven borrelen. Die nacht sliep ze slecht, flitsen van vroeger, donkere momenten die zich niet meer lieten verdringen. Een gevoel van bedreiging bleef hangen. Ze zocht pastorale hulp, langzaam maar zeker kwam haar verhaal los.
Er was een kant aan Eleanor die niemand kende. Stormen van emoties die ze met ijzeren zelfbeheersing wist te beheersen. Nare voorvallen op school, een pedofiel in het park, de ruzies van haar ouders. De opluchting als het de volgende morgen toch kennelijk weer 'goed' was, omdat ze gewoon weer lief tegen elkaar lachten. De conferentie maakte een einde aan haar krampachtige zelfbeheersing. Stormen van emoties veranderden een ogenschijnlijk evenwichtige jonge vrouw in een uitgeblust emotioneel wrak. Ze liep van de ene hulpverlener naar de ander. Steeds weer was er een luisterend oor. Ze schaamde zich zo voor haar verhalen, dat ze meer en meer twijfelde of iemand haar nog kon respecteren. Bij een volgende hulpverlener liet ze weer wat anders van zichzelf zien.
Er zijn geen volmaakte ouders
De ontreddering in het gezin van Eleanor werd steeds erger. Haar ouders begrepen er niets van. Vader vond het steeds moeilijker om te preken: 'In mijn eigen gezin loopt het niet. Hoe kan ik zo verder?'.
Gelukkig was er een bevriende voorganger die de vader duidelijk maakte, dat graven naar schuld nu niet het juiste antwoord was. 'Je brengt het Evangelie niet omdat het een succesverhaal is in je eigen leven, maar omdat het waar is. Er zijn geen 'volmaakte ouders. Het kan best zijn dat je ergens faalde. Nou, en wat dan nog? Je zult toch eerst met genade van God moeten beginnen, dan pas kun je wat met je schuld.'
Bezoekers, vertellers, onderzoekers en werkers
Dezelfde vriend organiseerde een cursus waar ik ook les gaf. Hij nodigde Eleanor uit om eens te komen luisteren. Het thema was: 'Keuzen die hulpvragers moeten maken'. Ik beschreef vier groepen mensen die om hulp vragen.
De eerste noem ik 'bezoekers'. Ze komen eens praten. Gewoon omdat ze eenzaam zijn of omdat ze gestuurd worden. Zo was er een alcoholist die van zijn vrouw hoorde: 'Als je nu niet om hulp gaat vragen, dan ga ik bij je weg...'.
Dan heb je de 'vertellers': die willen gewoon een verhaal kwijt. Net als Eleanor moeten ze een keer het masker wegtrekken en iemand toelaten in de beklemmende stilte van de 'andere kant van hun leven'.
Dan zijn er de 'onderzoekers'. Ze weten dat ze hulp nodig hebben en testen een pastorale werker met een 'veilig probleem'. Als het antwoord hen bevalt, komen ze met de rest van het verhaal.
Tenslotte zijn er de 'werkers': mensen die iets veranderen willen in hun leven. Als je doorvraagt weten ze ook hoe het leven er anders uit zal zien, wanneer die verandering gekomen is.
De eerste twee groepen (en daar hoorde dus ook Eleanor bij), staan niet open voor verandering. De kunst is dan om ze zo ver te krijgen dat ze loskomen van het probleemgericht zijn en gaan denken aan een oplossing. Een manier is de 'wondervraag': 'Als er nu een wonder gebeurd en het probleem is opgelost, hoe ziet de wereld er dan uit?' Dat geeeft vaak een aanknopingspunt voor veranderingswerk. Met duidelijke doelen kunnen we ook beter de echte belemmeringen zien, die geestelijk doorbroken moeten worden met gebed, met geloof, met vasthouden aan de beloften van God.
De noodzaak tot verandering is natuurlijk duidelijk. God wíl ons veranderen, maar dat gebeurt niet buiten ons om. We zijn mede-arbeiders van God, we mogen toezien op wat we zaaien in ons leven, zodat we dat ook kunnen oogsten.
'Ik zat vast in zelfmedelijden'
De conferentie liep ten einde, Eleanor ging naar de predikant en vertelde toen wat ze ineens had begrepen uit deze les. 'Ik ben blijven hangen in mijn problemen, steeds wanneer een hulpverlener bij de oplossing kwam, haakte ik af. Ik zat vast in zelfmedelijden. Ik wílde niet veranderen.' Heel radicaal heeft ze in de dagen die volgden haar zelfmedelijden ontmaskerd en de pijnlijke waarheid over zichzelf onder ogen gezien. Als iemand dat een week eerder tegen haar had gezegd, was ze gillend weggelopen. Nu was er een atmosfeer van aanvaarding en realiteitszin. Het heeft nog een aantal weken geduurd, voordat de gevolgen van haar depressie verdwenen. Als je lichaam zo lang onder spanning heeft gestaan, is ook een aanraking van God niet gelijk het einde van alle problemen. Ze moest weer leren om een geregeld leven te leiden, normaal te eten, op tijd te gaan slapen. Ook die gewone dingen beïnvloeden je gemoedsrust.
Téo van der Weele
