Preventief Pastoraat

In tijden zonder problemen wordt de basis gelegd voor gezonde pastorale zorg in een moeilijke periode.

Evert en Ellie, ‘de onafscheidelijken’, vertelden eerst de familie en daarna hun voorganger, dat ze uit elkaar gingen. Hun 17-jarige zoon Peter zit met een mengeling van verslagenheid, schuldgevoel en woede, tegenover me. Ook in de gemeente is men geschokt. "Waarom hebben ze nooit iets laten merken van hun strijd?" De leiding van hun charismatisch georiënteerde gemeente had ook een probleem. Ze waren gewend om inspiratie van God te krijgen, ook over persoonlijke noden. "Hebben we iets gemist? Sprak God, maar hoorden we Hem niet?!"

Persoonlijke en gezamenlijke verantwoording

In de gesprekken die volgden, concentreerden we ons eerst op het verschil tussen schuldig voelen en schuldig zijn. Met Peter ging dat gemakkelijker dan met de ouders. Er blijft spanning bestaan tussen de verantwoording om gevoelig te zijn voor Gods stem en de verantwoording van elk individu om niet in stilte te blijven worstelen met een diepe persoonlijke nood. God vindt het kennelijk zo belangrijk dat ieder zelf de verantwoording neemt om tijdig hulp te zoeken, dat Hij het misschien wel eens toelaat, dat anderen het niet zien wanneer we in. de problemen zitten (1 Timotheüs 5:24).
Toch hoefje niet passief af te wachten tot iemand om hulp vraagt. Je kunt situaties scheppen waarin het voor gemeenteleden gemakkelijker wordt om de stilte te doorbreken. Hieronder geef ik een aantal mogelijkheden voor de ontwikkelingen van preventief pastoraat.

Realistische prediking

We kunnen ons zó concentreren op de boodschap van de kracht van Jezus, dat we de aard en de diepte van zonde niet duidelijk verkondigen. Zonde is geen zweer die doorgeprikt moet worden, maar een virus dat ons hele wezen beïnvloedt. Het nieuwe leven dat God ons geeft, kan die strijd tegen de zonde niet alleen aan.
Het zonde-virus wordt teruggedrongen door het infuus van het leven van Jezus. Door de persoonlijke relatie met Jezus (Johannes 15:4) wordt het onmogelijke mogelijk: de heiligheid van God kan dan zichtbaar worden.
De ontmoeting met een goede God maakt pas werkelijk duidelijk wat er fout ging in ons leven en schept een klimaat voor schuldbelijdenis (Romeinen 2:4).

Voorbede

Petrus kreeg inzicht in het liegen van Ananias en Safira. Er is wel moed voor nodig om zoiets te willen zien. Er zijn christenen die menen dat elke negatieve gedachte, bij voorbaat al fout is. Door een realistische kijk op zonde en een Bijbelse fijngevoeligheid (Filippenzen 1:9,10) kan God ons ook duidelijk maken dat er iets niet goed zit. Dat betekent lang niet altijd dat we precies hoeven te weten wàt er aan de hand is. Door de kracht van onze voorbede kan de gelovige in nood de moed vatten hulp te vragen. Pas wel op met dit soort ingevingen. Zelfs een eenvoudige 'vertrouwelijke' opmerking als: "Ik voel me niet zo lekker over die persoon, steeds als ik bid dan...", kan het begin worden van een lastercampagne! Bijbels reageren op noden van anderen, is een kunst die je kunt leren.

Onderricht

De hele gemeente heeft voortdurend 'bijscholing' nodig. De Kerk heeft hiervoor een praktische oplossing gevonden: het kerkelijk jaar. Door aandacht te geven aan geschiedkundige momenten, blijft het verhaal van God levend voor ons, of we er nu zin in hebben om over dat onderwerp te praten of niet. Elk jaar komen via de lijdensweek en Pasen, het kruis en de opstanding van Jezus, heel direct naar voren. Ondanks het culturele en commerciële lawaai van de kerstsfeer, kunnen we toch in de gemeente de boodschap van Kerst goed laten doorklinken. Begin gewoon eerder met het uitleggen en opnieuw toepassen van de betekenis van het Kerstfeest!

Biechten

Biechten is een speciale vorm van voorbede (Jakobus 5:16). Na de Reformatie kreeg het schuld belijden in een persoonlijk gebed meer nadruk dan de openbare schuldbelijdenis door de biecht. Hardop biechten aan anderen, zoals Jakobus ons dit voorhoudt, is nog steeds een pastorale noodzaak. Dat het niet zo veel gebeurt komt, geloof ik, door het onvermogen van veel pastorale vrijwilligers om met schokkende informatie om te gaan. Het is onze verantwoording om betrouwbare leiders te vinden, die hun mond kunnen houden. Maar we moeten ook realistisch zijn. Er zijn persoonlijke problemen die we niet gauw aan iemand anders vertellen, vooral ook, omdat men zich dit jaren later nog zal herinneren. Door een team met 'betrouwbare onbekenden' uit te nodigen, kunnen er misschien 'schoonmaak'-diensten worden gehouden, om de eerste stap te nemen in het proces van vergeving en herstel.

Geheiligd wantrouwen

Bijbels realisme maakt dat je inziet, dat elke zonde ook in de gemeente kan voorkomen. Ik blijf volhouden dat het beter is aandacht te geven aan de ervaring van de Tegenwoordigheid van God, waardoor er berouw kan komen, dan op 'zonde-jacht' te gaan. Toch kunnen we onze verantwoording niet ontlopen. Oplettend, zachtmoedig leiderschap, zal in ieder geval met een 'geheiligd wantrouwen' -en dat is wat anders dan een kritische geest- moeten blijven waken (Galaten 6:1,2). Genade en waarheid horen bij elkaar (Johannes 1:17).
Aandacht voor preventief pastoraat is niet alleen een zaak van de leiding van de gemeente. Ieder gemeentelid kan er aan meewerken door goede, openhartige relaties.

Téo van der Weele