Ik ben zo opvliegend

IN DE anonimiteit van de nazorgtent in Vierhouten kwam het verhaal van Frans er hortend en stotend uit. Hij was erg vaak door zijn vader mishandeld en steeds weer was er gedreigd met de straf van God: 'De Bijbel zegt: eer je vader en je moeder. Als jij zo gelovig wilt zijn, nou, toon het dan!' Pa was een kerkelijk christen. Via Youth for Christ was Frans, toen 15 jaar, tot een persoonlijke geloofsbeleving gekomen. Nooit heeft hij echter aan iemand iets durven vertellen over de mishandelingen thuis. Na zijn diensttijd ging hij op kamers. Nu is hij getrouwd en merkt hij hoe opvliegend hij zelf is. Dat is de reden van zijn vraag om gebed in Vierhouten. We zijn samen een poosje stil. Ik zie hoe zijn rug wat voorover hangt, een verlegen sjouwer, die moedig probeert wat van zijn leven te maken...

Frans was in zijn eigen gemeente al vaker naar voren gegaan voor voorbede, maar er veranderde niets. Zo groeide de teleurstelling in zichzelf. 'Het evangelie is een kracht van God. Wat is er toch in mij, dat het bij mij niet aanslaat?' Ik merkte dat er nog steeds negatieve gevoelens waren naar zijn vader. En er was meer.

Welke pastorale keuze maak je?

Frans presenteerde drie vragen: over wrok, gebed en een zwakke wilskracht in zijn werk. Ik moest een keuze maken. Zijn openingsvraag was: 'Téo, ik ben zo opvliegend, wil je voor mij bidden dat ik hier overwinning in krijg?' Ik maakte hem duidelijk dat bidden niet altijd het juiste antwoord is. Soms moet je iets uitpraten om inzicht te verwerven. Bidden is niet iets magisch wat ons onmiddellijk verandert. Het Woord van God heeft kracht. Bijbels bidden heeft kracht. Maar ook onze denk- en gevoelswereld heeft een vernieuwing nodig. Ik aarzelde even om over zijn relatie met zijn vader te praten. Niet altijd is het wijs om eerst met het verleden te beginnen. We kunnen, als pastorale werkers, door onze vragen ook dingen naar boven halen die op dat moment moeten blijven rusten. Vraag jezelf af: zit er iets anders wat eerst aandacht nodig heeft? Als je een goede pastorale training hebt gehad kun je beter overzien waarom je een bepaalde keus maakt. Getraind of niet, het gebed blijft hetzelfde. 'Heer, help, waar begin ik het eerst over?' De vrede van God kan zo je gedachten en observaties leiden (Fil.4:6,7). Ook het onvermogen van Frans om te functioneren in zijn werk was een bron van frustratie. Zijn collega's liepen vrij gemakkelijk over hem heen. Ik koos er voor om zijn werkfrustratie eerst aan te snijden.

Een 'gebroken wil'

Door mishandelingen, emotionele manipulatie en de afwezigheid van een beschermende moeder, was de wil van Frans afgebroken. Hij was gewend geraakt om angstig te kijken wat Pa nu weer wilde en leerde niet om eigen keuzen te maken. Dat werd dan ook de kern van ons gebed: 'Heer, genees de wil van Frans, kom met Uw kracht, leer hem om niet gelijk in zijn schulp te kruipen.' Bidden kun je op veel manieren doen. Lichaamstaal kan ook een belangrijk onderdeel van dat bidden zijn. Daarom knielen we soms, of gaan we staan, we heffen handen op. In de situatie van Frans besloot ik om hem uit te leggen dat er in de Bijbel wel eens een relatie wordt gelegd tussen je wil en de nek. Ik raakte dan ook tijdens dit bidden even zijn nek aan. Ik zegende zijn wil en zijn worsteling om zichzelf te zijn. Bijna automatisch ging Frans rechtop zitten. Met een glimlach stak hij zijn neus omhoog! Ik stelde toen voor om te gaan staan en te bidden om een nieuwe vervulling met de Heilige Geest. Toen we stopten met bidden knikte Frans begrijpend: hier kan ik wat mee. Op dat moment werd ik me bewust van de noodzaak toch nog het thema van vergeving aan te snijden: 'Ontvang de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend' (Joh.20:22,23).

Bijbels leren vergeven

Frans was begonnen met vergeven. Toch ontdekte hij dat er nog dingen heel diep vastzaten. Zijn gebroken wil maakte dat hij meer psychologisch (zand er over) dan geestelijk met vergeving bezig was. Bijbelse vergeving is heel wat anders dan confrontaties ontlopen.

Het woordje 'vergeven' komt niet zo veel voor in de Bijbel. Vergeving is dan ook meer een goddelijke zaak, dan dat wij dat zo maar kunnen. De woorden van Jezus over vergeving in het 'Onze Vader', moeten in dat licht gezien worden. Hij gaf geen wettische opdracht maar een uitdaging tot geloof: Wat God kan, mogen wij ook leren, als een genadegave. Petrus dacht dat hij al heel wat wist over vergeving toen hij vroeg of we zeven keer moesten vergeven. Als ik de gelijkenis die Jezus dan vertelt goed begrijp, zie ik hoe Hij Petrus duidelijk maakt dat één keer vergeven al moeilijk is. Totdat we in de gevangenis van ons onvermogen erkennen: 'Koning, U kunt vergeven, ik niet, wilt U het me leren?' (Mat.18:21-35)   Die les had Petrus helemaal nodig nadat hij Jezus verraden had.

Alleen God kan vergeven en Hij wit het ons leren. Vergeving is een proces, met een duidelijk begin. Een te snel uitspreken van vergeving kan juist het Bijbelse proces van genezing afremmen. 'Ik vergeef je' heeft alleen maar de inhoud die we er zelf aan geven. Er zit geen magische kracht in die woorden. Helaas heb ik dit vroeger onvoldoende begrepen. Ik ben bang dat ik daardoor soms hulpvragers onder druk heb gezet. Als dat zo is, schrijf me dan eens. Ook hulpgevers hebben vergeving nodig! Frans en ik krijgen kracht uit die ene tekst van het Johannes Evangelie over vergeven: 'Ontvangt de Heilige Geest...' Dan is vergeven een kunst, die binnen ons bereik komt!

Téo van der Weele