De zomerslaap
We zitten ergens in Nederland buiten thee te drinken. De maand mei is koud geweest. De regen is net opgehouden. Het felle zonlicht dat doorbreekt doet ons dromen over de zomer. Evert, mijn gastheer, vertelt enthousiast over de komende vakantie in het zonnige zuiden. Met afgrijzen hoort hij me aan als ik vertel over mijn komende reis naar IJsland. Hoe ik vorig jaar op de langste dag wakker werd en zag dat het sneeuwde. Na een poosje wordt ons gesprek wat ernstiger. Hij vertelt over een zorgelijke ontwikkeling in zijn overigens erg bloeiende en actieve gemeente: het probleem van de 'zomerslaap'.
Na Pinksteren is de vut weg
"Ieder jaar merk ik weer hetzelfde. We preken wel over de kracht van de heilige Geest en over getuigen, maar direct na Pinksteren neemt onze gemeente een soort evangelische zomerslaap. Tot aan september staat heel het kerkelijke leven op een laag pitje. Toch snak ik zelf ook naar die rust. Een heel jaar is het hard werken om, naast mijn baan, ook oudste te zijn in de gemeente. Zo gauw ik op vakantie ga, lijkt het wel of ik een goede humanist word. De fut en discipline om geestelijk bezig te zijn is dan gewoon weg. Het duurt weken voor ik weer op verhaal kom. Dat er nog mensen zijn die hun vakantie gebruiken voor evangelisatie-acties, begrijp ik echt niet! Toch lijkt me die bijna totale verlamming ook niet zo gezond."
Is kerkelijk werk slecht voor je gezondheid?
In het gesprek dat volgde bleek duidelijk dat de gemeente waar Evert bij hoort, wel bidt voor genezing van zieken, maar dat de leef- en werkwijze van het kader ziek maakt. Net zoals er ziekenhuizen zijn waar je ziek kunt worden, zijn er ook gemeenten waar je in de problemen kunt komen!
Actief bezig zijn in een ziekmakende omgeving kan behoorlijk ongezond zijn. Ik denk dan aan het voorbeeld van roken. De wet schrijft voor dat op pakjes sigaretten een waarschuwing moet staan dat het slecht is voor je gezondheid. In een recensie van een boek over stress in de hulpverlening stond de ludieke gedachte om ook etiketten te ontwikkelen die je op cursussen, boeken en seminars zou moeten plakken met de volgende tekst: "Hulpverlening kan slecht zijn voor je gezondheid". Soms vraag ik me af of we wel eerlijk zijn tegen elkaar als we mensen uitdagen om een taak op zich te nemen in de gemeente. Maken we hen wel duidelijk hoe ongezond het kan zijn? We hebben een arbeidsinspectie die let op een gezonde werkomgeving voor werknemers. Hoe doe je dit met gemeenten?
Het belang van een goed voorbeeld
Door mijn reizen kom ik in heel wat verschillende situaties. Je merkt al gauw hoe de sfeer is, of een gemeente gezond is of niet. Of er genezende structuren zijn of structuren die medewerkers ziek maken. In een gezonde gemeente doen zich ook wel problemen voor. Gemeenteleden kunnen het heel zwaar hebben in hun gezin of op het werk. Maar er is meer veerkracht, rust en een eenvoudig vertrouwen op God. De leiding van de gemeente speelt een belangrijke rol, zij vormen een voorbeeld voor de gemeente en bepalen voor een groot deel de sfeer.
Van kracht naar klacht
Volgens Evert was hun gemeente van het begin af aan één bruisend gebeuren. De oprichters gooiden zich er met hart en ziel in. Toen één van hen te laat ontdekte hoe zijn gezin eronder leed, besloten ze om een voorganger aan te stellen. Evert: "Hij heeft zoveel tijd voor plannen maken dat er nu heel wat programma's op gang gehouden moeten worden. Als pinkstergemeente is de kracht veranderd in de klacht: "Ik heb het zo druk".
Te energieke voorgangers
Een kerkelijke leider vertelde me hoe hij probeert te voorkomen dat een energieke voorganger zijn kader te ver vooruit loopt. Voorgangers krijgen in zo'n geval een half salaris, met de vrijheid om de helft van hun tijd buiten de gemeente door te brengen. Dat kan zijn door een baan, als bijbelleraar, evangelist of wat dan ook! Eén van hen was genoodzaakt om in een fabriek bij te verdienen. Hij kwam tot een belangrijke ontdekking en zei: "Ik was de taal van de gewone man verleerd".
Mij lijkt het zeker zo goed als een voorganger het volle onderhoud van een gemeente ontvangt, maar er mag van hem verwacht worden dat hij minstens de helft van zijn tijd buiten de gemeente besteedt. Denk eens aan schoolbesturen, maatschappelijke organisaties of kerkelijke samenwerkingsorganen, binnen of buiten de 'eigen kleur', op nationaal en internationaal niveau (Evangelische Alliantie, Evangelische Zendings Alliantie, PER).
Evert begon hoe langer hoe meer te stralen bij het horen van mijn verhaal. Ik kon zien dat er een plannetje broedde voor zijn heerlijk enthousiaste voorganger. In plaats van te mopperen over het hoge tempo van de koploper, moest deze man positief gestimuleerd worden om ook nog iets buiten de gemeente te doen. Evert had trouwens zelf ook een bemoediging nodig. Hij moest weten dat ook zijn dagelijkse werk een belangrijk onderdeel was van ons getuigen in deze wereld.
Gewoon
Jezus was zelfs zo gewoon, dat het hele dorp Nazareth er moeite mee had toen hij officieel aan de slag ging. Gewoon Nederlander zijn, gewoon een gezin verzorgen, gewoon je werk doen is heel Bijbels. Ook toen Hij alle kansen had om vele duizenden te bereiken koos Jezus vaak voor de stilte of voor het onderricht aan een kleine groep. Ik ben onder de indruk van de hoeveelheid werk die Jezus, heel rustig, verzette. Ik denk daarbij aan een Noorse bergwandelaar, die me vertelde hoe hij het volhield om die lange tochten te maken: "Het zit tem in een gelijkmatig tempo. Beginnelingen rennen vaak te hard." Let eens op je tempo in het gemeentewerk. Zou het wonder kunnen gebeuren dat we de volgende zomer zo ontspannen tegemoet kunnen zien, dat je er zelfs over kunt denken om eens mee te doen met een evangelisatie-actie ergens in de wereld?
Teo van der Weele
