Lekker ruiken?

'IS HET GOED als ik voor uw neus bid?' De vrouw voor me keek me wat verbaasd aan. Ze was al wat van me gewend, maar dit was toch wel anders. Die vraag heeft nogal gevolgen gehad in mijn werk. Ik werd me bewust van een probleem waar ik vroeger nooit zo bij heb stilgestaan. Er zijn heel wat mensen die eigenlijk niet goed ruiken. Geur zegt hun niet veel.

Ik was met haar in gesprek, samen met de vrouw van haar voorganger. Sexueel misbruik in haar jeugd had bij haar als bij zovele anderen, diepe sporen achtergelaten. Er was al heel wat opgeruimd, maar ze bleef steeds maar weer verdrietig terugdenken aan de jaren die ze niet echt had geleefd. Ze begreep dat het nodig was om door een rouwverwerking heen te gaan. Je kunt nu eenmaal niet de klok terugzetten. Lang had ze het allemaal ontkend en gedaan of het eigenlijk niet zo erg was. Dat wilde ze niet meer, maar hoe ga je dan verder hoe kom je hier doorheen?

In die situaties probeer ik vaak iets te vinden wat de aandacht ook bij het nú bepaalt. Tijdens mijn gebed kwam die gedachte: je moet voor haar neus bidden... Ik kon me niet herinneren dat ik dat ooit eerder had gedaan. Ik vroeg eerst naar haar eetgewoonten. 'Och, het gaat wel, ik ben geen bijzonder grote eter. Ik moet mijn best doen om mijn gewicht een beetje normaal te houden.' Haar antwoord moedigde me aan om door te vragen. Het bleek dat ze eigenlijk nooit goed rook. Haar man of kinderen moesten altijd helpen bij het koken om te proeven of het zo wel goed was. Ik besloot om de gedachte 'bid voor haar neus', toch maar te uiten.

Wachten op 'groen licht'

Opnieuw namen we tijd om te wachten op de Heer, een vonk van verdere inspiratie, een groen licht: 'Ga je gang maar Téo.' Ik heb toen heel eenvoudig haar neus gezegend en vroeg aan God om met Zijn kracht maar te doen wat nodig was. Tijdens dit bidden draaide ze ineens haar hoofd weg: 'Bah, het stinkt. .....' Ze kokhalsde en toonde verschijnselen van misselijkheid. Ik wist toen genoeg. Haar lichaam herinnerde zich wat er gebeurd was. Ze keek me aan en zei: 'U begrijpt het wel he? Sexuele geurtjes maken me misselijk.' Ze realiseerde zich hoe pervers ze misbruikt was als kind. Dat werd een moment van nieuw verdriet. Op de een of andere manier was het 'niet ruiken' een overlevingsstrategie geworden. Als je niets ruikt, word je ook niet misselijk .

We hebben tenslotte haar neus opnieuw gezegend om ook het lekkere te ruiken. God gaf bloemen, de voorjaarsregen en eten, om ervan te genieten. Een paar weken later schreef ze hoe dit gebed haar leven had omgekeerd. 'Ik ben alleen naar de Keukenhof geweest. Ik heb alle tijd genomen om te kijken, te ruiken. Wat is de wereld toch mooi. Mijn eten koken is nu een feest. Ik moet ook oppassen dat ik niet te dik word. O ja, ik moet je ook nog wat vertellen over mijn parfum. Misschien helpt het je in je werk met anderen. Ik krijg met mijn verjaardag vaak een 'lekker geurtje'. Ik heb nooit durven vertellen dat ik er eigenlijk niets aan vond. Nu heb ik alles wat ik kreeg maar even weggezet en ben zelf gaan zoeken naar een geur die ík lekker vind. Het heeft me wat tijd gekost, maar nu heb ik het gevonden. Een luchtje om je heen is toch eigenlijk iets heel persoonlijks.' Ik hoop dat haar vrienden dit lezen en de volgende keer eerst vragen wat ze lekker vindt, voor ze weer een 'geurtje' krijgt!

Emotionele genezing

Er zit nog een les in dit verhaal: een bewust aandachtspunt in het heden, helpt mee in het verwerken van nare ervaringen. Er is een gevaar dat emotionele genezing een naar binnen gekeerde houding veroorzaakt. Ongeduldig duiken we dan van de ene narigheid die opgeruimd moet worden naar de andere. Ik geloof wel dat emotionele genezing een proces is. We kunnen onmiddellijk vrij komen van onze zondelast. De gevolgen van onze zonden, of wat anderen ons aandeden, zijn echter niet zo snel verdwenen. Dat neemt tijd. Intussen roept God ons wel om nu te leven. Er is nog zo veel moois nu, waar we God ook voor kunnen danken. Als je dat kunt, komen er ook wel weer positieve gedachten over vroeger (Ps.103:1,2).

Ik begon dit verhaal met de vreemde gedachte 'bid voor haar neus'. Dit roept ook weer vragen op over het ontvangen van inspiratie. Ik heb de indruk dat je er bewust wat aan kunt doen om meer open te staan voor creatieve gedachten. Neem in deze vakantie eens de tijd om alleen de natuur in te gaan en 'oplet-oefeningen' te doen. Probeer eens heel bewust te luisteren en te kijken. Zeg eens hardop wat u ziet en hoort. De natuur is immers Gods 'eerste boek'! Neem dan eens een kind mee en maak er een spelletje van. Kinderogen konden nog wel eens heel wat anders zien dan u. Neem eens een bloem en bekijk die grondig. Neem er alle tijd voor. Aanbidding, stil worden bij God, is een voorwaarde voor het beter verstaan van zijn stem.

Téo van der Weele