Supervisie
Niet alleen beginnelingen maar ook ‘oude rotten in het vak’ hebben supervisie nodig. In zo een gesprek met een ervaren persoon geef je weer wat jouw gevoelens waren in een bepaalde hulprelatie. Het is meer gericht op je eigen persoonlijk leven, dan in een collegiaal overleg (intervisie) waarin je een werk situatie bespreekt. Dus heb ook ik regelmatig zowel intervisie als supervisie gesprekken. Van bepaalde gevoelens of gewoon niet goed doordachte uitspraken en handelingen hoeft de ‘wereld niet te vergaan’. Als je er maar wat mee doet. Het kan zelfs een bijzondere uitwerking hebben. Dat overkwam me ook onlangs op een onverwachte manier, in één gesprek wel twee keer...
De zakenman zat een beetje verloren voor zich uit te staren. Wat moest hij doen? Die vraag had hij me al eerder gesteld. Ik had daar nog niet op geantwoord. Ik begon toen voorzichtig met: Als ik het goed begrijp zou je dit kunnen doen.... Ik was nog maar net begonnen toen de gedachte in me op kwam: ‘voorzichtig Téo, je bent weer aan het adviseren. Wil je dat hij ‘jouw harnas’ aan trekt om te doen wat jij mogelijk zou doen in zo’n situatie?’ Ik begreep dat God me waarschuwde. De extra nadruk op ‘mogelijk’ zette me ook aan om nog eens goed na te denken: was dit wel het beste? Ik stopte en vroeg op de man af: ‘kun je me nog eens in het kort vertellen: wat wil je eigenlijk?’ We waren al een uur in gesprek en moesten langzamerhand gaan afronden. Hij vatte toen kernachtig samen wat hij echt wilde. Die uitspraken heb ik toen gezegend in Jezus naam. Tijdens het gesprek had hij ook iets gezegd wat was blijven haken in mijn gedachten: ‘ik heb ruim 7 jaar verspeeld...’. Ik was het wel met hem eens en daarom probeerde ik hem te troosten met de woorden: ’Heer, U weet dat hij 7 jaar heeft verspeeld. Dank U dat U iets met dit tijdverlies kunt doen.’ Opnieuw werd ik gestopt. Het was alsof de Heer zei: ‘Téo, weet jij wel wat er echt aan de hand was? Zijn leven is in mijn hand. Ik zit nog steeds op de troon’! Tot verbazing en verwondering van de zakenman, vroeg ik gelijk om vergeving voor mijn te haastige conclusie. Ook vatte ik de verdere gedachten samen die ik ervoer als ‘hulp van boven’. Toen begon de, als koele kikker bekende, zakenman voor de eerste keer in al onze gesprekken te huilen als een kind. Na afloop zei hij: ‘Téo, dit was zo mooi, dit geeft me een heel ander perspectief’. Toen we afscheid genomen hadden bleef ik nog even namijmeren over wat er gebeurde en bad toen ‘bedankt Heer, voor deze vorm van supervisie’.
Téo van der Weele
